Wat we kunnen weten
Geschiedenis staat in de belangstelling. Het liefst gaan we naar het verleden als dat een interessant of pakkend verhaal vertelt. Petit histoire om het grote verhaal te te tonen. Maar krijgen we echt te horen wat er werkelijk is gebeurd? McEwan laat je daar aan twijfelen.

Wat we kunnen weten is een ingenieuze roman en rijk aan inhoud en betekenis. Het verhaal is lezend niet moeilijk te volgen maar wel lastig om goed na te vertellen en te bespreken. Recensenten spreken in zo’n situatie graag over de ‘gelaagdheid’ van een roman. Ik weet nooit zo goed wat ik me bij zo’n visueel en ruimtelijk beeld moet voorstellen, maar het woord komt wel bij me op bij dit boek. Toch geef ik de voorkeur aan een bespreking langs associatieve trefwoorden die de verschillende kanten van de roman belichten – in de hoop dat ik met dit omcirkelen de rijkdom van de roman recht doe.
Ik ga dit doen aan de hand van de volgende trefwoorden: ingenieus, liefde en wraak, dystopisch, humoristisch/ironisch/cynisch, erudiet, vervreemdend en, tot slot, filosofisch.
Ingenieus …
… is de roman door het spel met de tijd. Er spelen twee periodes waarin het verhaal verteld wordt. De ene periode is ‘de onze’, in de jaren net voor het uitbreken van de corona-epidemie. De andere periode ligt niet daarvoor maar juist veel later, honderd jaar in de toekomst, in 2119.
De opbouw van het boek is hier op afgestemd. Het eerste deel speelt in de toekomst, het tweede in het heden, onze tijd dus. Het spannende van deze opzet is dat een van de hoofdpersonen, Thomas Metcalfe, zich in het eerste en dus toekomstige deel, met hart en ziel werpt op de reconstructie van de geschiedenis van een gedicht uit het heden, waarover lange tijd veel gesproken werd. Het gaat om een sonnettencyclus die de beroemde dichter Francis Bundy schreef voor zijn vrouw Vivien. Alleen, niemand weet waar dat gedicht is gebleven. Niemand heeft er ooit ook maar iets getrouw van kunnen citeren.
Metcalfe onderzoekt alles wat er in de bibliotheekarchieven is te vinden en dat is nogal wat: alleen al de vele duizenden e-mails! Grappig dat McEwan ons via het onderzoek van Metcalfe confronteert met onze overdaad aan digitaal gedoe. En terwijl wij ons afvragen of er daardoor überhaupt nog iets privé blijft, laat Metcalfe’s reconstructie een ander beeld zien. Waarheidsgetrouw? In elk geval levrt hij een prachtige beschrijving van Francis Bundy, Vivien en hun vrienden en geliefden, een eeuw terug. Een mooi verhaal dus, maar (nogmaals) hoe getrouw geeft dit de werkelijkheid van toen weer?
Deel twee van het boek werpt een heel ander licht op het gereconstrueerde verleden, met als conclusie dat het verleden niet al zijn geheimen prijsgeeft (Een conclusie die door dit boek dan weer wel werd mogelijk gemaakt!)
Liefde en wraak …
… in de relaties tussen de geslachten, in beide perioden. In het ‘heden’ tussen Bundy, Vivien en haar eerste echtgenoot Percy Greene, en in de toekomst tussen Metcalfe en zijn collega en geliefde Rose. Die laatste relatie krijgt in toenemende mate te lijden van de liefde die Metcalfe gaat beheersen voor zijn ‘onderzoeksobject’ Vivien Bundy.
In het ‘heden’ is het de spanning tussen aan de ene kant de liefde van Vivien voor haar sterk achteruit kachelende vioolbouwer Percy Green, een robuuste, zachtaardige en lieve man, en aan de andere kant Viviens liefde voor de arrogante, hooghartige, en narcistische Francis Bundy van wie zij uiteindelijk (slechts) de secretaresse wordt. Die twee laatsten hebben elkaar op een bijzondere manier in de tang. Lees zelf maar waardoor.
Dystopisch …
… om te zien hoe de wereld in 100 jaar is veranderd! Natuurlijk is het een en al speculatie, maar intussen schrik je als lezer wel als je ziet hoe ons continent er uitziet na grote overstromingen als gevolg van de opwarming van de aarde.
Het Verenigd Koninkrijk, waar de roman zich afspeelt, is gereduceerd tot een archipel van kleine eilanden waartussen maar moeilijk scheepvaartverkeer mogelijk is in verband met allerlei verzopen steden. De biodiversiteit is in 100 jaar tot minder dan een tiende teruggelopen. En ook politiek ligt alles op z’n kont en hebben milities en criminele strijdgroepen het voor het zeggen. En meer mondiaal gezien is Nigeria de heersende macht, ook over alle internetverkeer. Er is een gebrek aan grondstoffen. Glas bijvoorbeeld is erg duur, metalen zijn nauwelijks te krijgen.
De wereld van mensen is aardig terug bij af.

En ja, dat spel met dat tijdsverschil maakt het ook mogelijk dat McEwan ons confronteert met ons verspillende gedrag, ons tegen beter weten in wegkijken. McEwan doet dat met humoristische voorbeelden: het reisgedrag van de witte mens naar warme landen om ‘een kleurtje’ te krijgen en onze identiteitspolitiek en als contrast het beeld van te toekomst waarin iedereen ‘een kleurtje’ heeft, na een eeuw van vermenging van herkomsten.
Interessant is ook de poging van Thomas en Rose om de kennis van de literatuur bij de nieuwe generatie levend te houden. Niet dat dat lukt want de desinteresse voor literatuur onder jongeren is heel groot. Alle credits gaan naar techniek en exacte wetenschap. Ze zeggen het ook zelf: we zijn niet geïnteresseerd in het verleden, we willen de toekomst.
Ik twijfelde bij deze invalshoek: is McEwan hier ironisch over de obsessie van de onderzoekers voor een sonnettencyclus van 100jaar terug? Hebben ze in die chaos niet iets beters te doen? Of is het oprechte bezorgdheid over de druk die onze geesteswetenschappen ondervinden in deze tijd van tech-reuzen?
Erudiet …
… al die kennis van de Engelse literatuur, het gemak waarmee de personages daaruit citeren en er hun gesprekken mee opbouwen. Ik moest hier ook denken aan het verschil tussen de opvoedingssystemen in het huidige Engeland en Frankrijk waar de aandacht voor de literatuur (en filosofie) veel meer in het onderwijs is geïntegreerd dan bij ons.
Erudiet ook vanwege het beeld dat McEwan schetst van hoe onze toekomstige wereld eruit zou kúnnen zien.
Vervreemdend …
…, want als lezer ga je onze eigen tijd toch anders bekijken. In die zin ervoer ik dit boek als een appèl van McEwan op onze kritische geest.
Filosofisch …
… want (terug naar het begin), wat weten we van het verleden echt zeker? En, scherper nog, wat weten we van elkaar? Welke geheimen worden alleen bij toeval ontsloten en welke zullen altijd verborgen blijven? Hoe zeker is kennis?
Uiteindelijk onttrekt de ziel van de ander zich aan onze waarneming en zullen we nooit de ware beweegredenen achter bepaalde handelingen gewaar worden.
Wordt het zoekgeraakte gedicht uiteindelijk teruggevonden? Ja, Thomas en Rose hebben een spoor, dat zeker. Maar waar dat toe leidt?
Ian McEwan, Wat we kunnen weten. Vertaling Harmen Damsma en Nienke Miedema. Amsterdam: De Harmonie 2025, 397 pagina’s.
Lees ook de interessante bespreking door Michel Krielaars in NRC.








