‘Je wordt als veellezer geboren’

‘Je wordt als veellezer geboren’

Daar zit ze aan tafel in haar appartement, Gisella Van Duijnen – Minach, 92 jaar oud. Het boek vóór haar, is een autobiografisch werk van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig. Het is de vertaling in het Frans (Le monde d’hier) van het oorspronkelijk in het Duits geschreven Die Welt von Gestern (1942, ook in het Nederlands vertaald als De wereld van gisteren).

Tranen

Ze zoekt de passage op waar haar vader, als hij die las, tranen van in de ogen kreeg: over de laatste treinstop in het gedwongen vertrek uit Oostenrijk van de laatste keizer aldaar, keizer Carolus met zijn vrouw keizerin Zita. Ze zitten in een chique treincoupé en worden uitgezwaaid door slechts enkele oude vrouwen. Ze laat me de passage lezen.
Het boek is haar dierbaar. Het herinnert haar aan de geschiedenis van haar familie en aan haar vader in het bijzonder. ‘Dit boek gaat met mij mee het graf in’, zegt ze met stelligheid.

De foto illustreert mooi de veelzijdigheid van Gisella, want zo, met haar voornaam, staat ze bekend in haar dorp Voorschoten. Haar humoristische (en soms ironische) reflecties op het leven en op deze tijd die maandelijks verschijnen in het tijdschrift van de lokale ouderenvereniging, genieten faam.

Internationaal

Gisella spreekt zes talen (en leest en schrijft er vijf) en heeft familiair een internationale achtergrond. Ze werd met een Italiaanse nationaliteit in 1933 geboren in Istanbul in de jonge republiek onder Atatürk. De nonnen waar ze op school ging, was van de Suore d’Ivrea. Het curriculum was in het Italiaans behalve een aantal verplichte uren Turkse taal en litteratuur.
Van 1951/54 ging ze naar de Kunstacademie. Ze kwam in 1954 door de liefde voor een Nederlander naar ons land.

Nederlands leerde ze door kinderboeken en sprookjes te lezen en daarna damesbladen als Beatrijs. Vervolgens Nederlandse auteurs als Anton Coolen, Louis Couperus, Johan Fabritius en Hella S. Haasse. Maar dat was dus op latere leeftijd.

Handkus

‘Als kind las ik wat ik van school kreeg. Ik herinner me Edgar Allan Poe voor kinderen. En natuurlijk Jules Verne. De nonnen bij wie ik op school ging, maakten mij ook vertrouwd met kinderversies van Homerus, met Inferno van Dante (het eerste deel van diens Goddelijke Comedie) en met De verloofden van Alessandro Manzoni (1842), een Italiaanse historische roman over het verloofde stel Renzo en Lucia. Nou, ik kreeg de kriebels van de stupiditeit van die Lucia!’

‘Op mijn 12de of 13de las ik mijn eerste liefdesroman van Delly, Esclave … ou reine. Delly was de naam van een Franse schrijverspaar, broer en zus, geboren rond 1875. Ik las het in het Italiaans. Het boek verscheen voor het eerst in 1909 en is nog steeds te koop. Dat geldt voor veel klassiekers. Je ziet die in Frankrijk en Italië overal in de boekhandels liggen.’

Over haar jaren in Istanbul schreef ze in 2011 samen met Pieter Stokvis, Een handkus van Atatürk. Opgroeien in Istanbul 1933 – 1954.

Gisella = boeken

‘Je wordt als veellezer geboren!’ Gisella riep het me al toe toen ik nog maar nauwelijks binnenstond. Ja, ‘Gisella = boeken’. Ook dat van dat boek dat het graf mee ingaat, wist ik al voor dat ik goed en wel kon gaan zitten. Dus, beste lezer van dit interview: doe je gordels om en hou je vast want de namen en titels vliegen je om de oren.

Het verslingerd zijn aan lezen kreeg een extra impuls toen ze na haar 14de toegang van twee bibliotheken: de Librairie Hachette (de grootste uitgever van Frankrijk) en de bibliotheek van de Franse consulaat in Istanbul, waar ze toen woonde. ‘Het was een groot feest. Ik kon alle grote namen lezen: Emile Zola, Alexandre Dumas, Victor Hugo.
Marcel Proust (A la recherche du temps perdu) heb ik ook geprobeerd maar tevergeefs! Ik begreep niets van. Het gebeurt me vaker dat ik een schrijver niet begrijp. Ik had het later ook met de essays van Kees Fens en met romans van E. Du Perron.’

Idioot

‘Na mijn 18de kwamen daar de Russen bij, vooral Dostojevski en Tolstoi’s Anna Karenina. Wat vond ik dat een idioot mens! Nee, dan liever Stefan Zweig, die is nog steeds een groot favoriet.’

Eenmaal in Nederland, aanvankelijk in Den Haag, werd zij door haar zwager direct lid gemaakt van de Haagse bibliotheek. ‘Wat ik me herinner is Romain Rolland, Nobelprijswinnaar en vriend van Zweig, met zijn beroemde en inmiddels klassieke werk Jean-Christophe (10 delen, verschenen tussen 1904 en 1912) waarvoor hij de grote prijs van de Académie Française ontving. Dit werk wordt op dit moment in het Nederlands vertaald.’

‘Mijn tijd met kleine kinderen en veel teveel werk en verantwoording heb ik doorgebracht met keukenromans! Daarna, na onze komst in Voorschoten, begon ik weer normaal te denken. In het ziekenhuis terwijl ik op mijn dochter wachtte, las ik Leon Uris en Harold Robbins, schrijvers van typisch Amerikaanse verhalen.

Ik noem ook graag de boeken van Georgette Heyer, een Engelse schrijfster met een heel omvangrijk oeuvre en van de Schots-Amerikaanse Helen MacInnes. Ik las zelfs boeken van ‘de moeder van de soap’ Barbara Cartland. Ik was fan van Monica Dickens, van Iris Murdoch, Doris Lessing, en natuurlijk Marguerite Yourcenar. Mémoires d’Hadrian (1951, in het Nederlands in 1952 verschenen als Hadrianus’ gedenkschriften) is haar beste werk. Maar als persoon deed ze dingen die niet kunnen zoals haar vriendin verlaten toen die kanker kreeg.
Murdoch schreef trouwens beter dan Lessing. Haar The Italian girl (1964, vertaald als Het Italiaanse meisje‘) is prachtig.

Met Heleen van Royen heb ik niets en ik walgde van Turks Fruit van Jan Wolkers, maar de boeken van Annejet van der Zijl lees ik graag.’

Studie

Illustratie uit manuscript. Bron: wikipedia

‘Ik ben pas op latere leeftijd gaan studeren: Frans. In die tijd was Simone de Beauvoir m’n favoriete auteur. In haar kielzog las ik de hele tamtam van Sartre et Camus.

Tijdens de studie las je natuurlijk boeken uit alle periodes van de literatuur, de klassieke en de moderne schrijvers. Ik herinner me nog goed dat we werk lazen van Marie de France, de eerste Franstalige romancière uit de 12de eeuw, die we lazen in het oud-frans maar in ons letterschrift.

Ik had een hekel aan Rousseau. Die schreef van alles maar maakte een knoeiboel van zijn leven. Dan ben ik klaar met zo’n schrijver. Mijn leermeesters vonden dat ik onderscheid moest maken tussen het werk en de persoon van de schrijver, maar dat heb ik altijd geweigerd.

Een prachtig boek vond ik ook Lettres persanes, een briefroman van Montesquieu uit 1721. En dan te bedenken dat Montesquieu nooit in Perzië is geweest!
La Senora (1992) moet ik absoluut noemen van Cathérine Clément en ook de boeken van Ayn Rand. Haar filosofie is de mijne.’

Potok

Op tafel ligt een Nederlandse vertaling van een boek van Paolo Cognetti, De acht bergen. Ze leest het in de boekenclub waar ze lid van is. ‘Het is een initiatieroman, een boek over iemand die volwassen wordt.
Ik houd ervan om een boek uit te tekenen, maar dat lukt me niet met dit boek. Al die trapsgewijze bergen in het verhaal maken het lastig lezen en tekenen. Nee, dan liever de boeken over Asjer Lev van Chaim Potok, mooie romans met een heldere structuur.’

Sarabande

‘Vanzelfsprekend heb ik Jane Austen, Charles Dickens, Charlotte Brontë gelezen en vele, vele andere grote schrijvers. Hun namen dansen een eeuwig durende sarabande.
Over alle moderne schrijvers zal ik zwijgen behalve Jean-Christophe Rufin en Philippe Claudel. Er is ook een oude Claudel geweest; zijn ze familie van elkaar? Ik weet het niet. De oude is mij te katholiek.

Er zijn boeken die ik jaarlijks herlees zoals Le petit prince (1943) van Antoine de Saint-Exupéry en Candide (1759) van Voltaire.

Tegenwoordig lees om me te amuseren. Alles door elkaar en in verschillende talen, ik wil niets meer leren.’

Woordenboek

‘O, Ik vergeet bijna dat ik de gedichten van Petrarca heb gelezen, in het oud-Italiaans! Al die boeken zijn nu weg. Ik lees nu mode pockets. Kent u de thrillers van Donna Leon? Mijn vriendin heeft me nu eentje in een Franse vertaling gebracht van het oorspronkelijke Engelse Beastly Things uit 2012, in het Nederlandse verschenen als Beestachtige zaken, eveneens in 2012.

Als ik bij een overhaast vertrek één boek mee zou mogen nemen dan is dat het Romanisches Etymologisch Wörterbuch van W. Meyer-Lübke, een boek dus over de herkomst van woorden, 1204 pagina’s.’

Tja.

‘Je wordt als veellezer geboren’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *