Fabels
Eerlijk gezegd, ik dacht: je moet maar durven. Jezelf (laten) uitroepen als de opvolger van Toon Tellegen, de befaamde schrijver van fabels. Dat is nogal een pretentie. Toch is dit wat ik las op de achterkant van De brilslang, de boktor en de andere dieren. Filosofische fabels. Auteur: Jan Bouwstra, illustraties Angela van der Meulen.

Van Toon Tellegen heb ik divers werk in de boekenkast. Gedichten en de bekende verzamelbundel van zijn fabels, Misschien wisten zij alles. Korte dierverhalen, niet in rijm zoals bij La Fontaine, maar in proza met een lengte van maximaal twee bladzijden.
Natuurlijk pakte ik Tellegens fabels erbij om er een aantal te herlezen. Even weer de smaak proeven, herkennen wat aanspreekt (en wat niet). Ik merkte opnieuw de charme. Tegelijk houd ik nog meer van zijn gedichten. Die blijven zo lekker zweven. Ze roepen vragen zonder antwoorden te geven. De lezer die aan het werk wordt gezet.
En nu ligt daar De brilslang etc. van Jan Bouwstra. Rond 100 eveneens korte dierverhalen van maximaal twee bladzijden. Met rollen voor de twee diersoorten uit de titel en de (wijze) uil, de (domme) neushoorn, de onrustige olifant en zo nog meer. Net als bij Tellegen eindigen veel van Bouwstra’s fabels open. Zoals bij filosofische vragen altijd: er is nooit een definitief antwoord en tegelijk is er ook een harde realiteit met eigen regels en wetten.
De titels (helaas ontbreekt een inhoudsopgave) zetten je als lezer vaak wel op een spoor in welke richting je moet denken: leiderschap, schizofrenie, memoires, vergezichten. Soms gaat het echt om filosofische vragen, soms zijn het maatschappelijke verschijnselen die langskomen. Met vaak heel verrassende wendingen en een open eind.
En precies dat is wat me zo aanspreekt: de humor en de onbegrensde fantasie. Ze zijn vaak heel grappig. Kortom, Bouwstra maakt de pretentie waar!
Jan Bouwstra, De brilslang, de boktor en de andere dieren. Filosofische fabels. Uitgeverij Noordboek 2024. ISBN 978 94 6471 1974









