De zoon van Machiavelli

De zoon van Machiavelli

Catharina Boterman ken ik van haar debuutroman De zwarte koningin, een boek dat ik met veel plezier las. Een fijn en interessant debuut, vond ik. Gaat zij dit opnieuw waarmaken met De zoon van Machiavelli?

De vader

Niccolo Machiavelli, de Italiaanse diplomaat, strateeg, filosoof en wat niet nog meer, uit de zestiende eeuw, vooral bekend van zijn filosofische beschouwing Il Principe’(vertaald als De Vorst of De Heerser). Nou, over diens zoon dus gaat dit boek.

Grappig, Boterman opent haar nabeschouwing (‘Van de auteur’) met te vertellen dat zij de eerste keer dat zij Il Principe las, niet ‘kon ontdekken waarom van Machiavelli gezegd wordt dat hij misschien wel de slimste mens geweest is die ooit geleefd heeft.’ Door haar studie politicologie leerde zij dit boek anders lezen en waarderen. Mijn eigen leeservaring indertijd met De Vorst lijkt hierop. Ook ik dacht vaak: waarom lees ik dit? Tot ik op een fragment stuitte dat me werkelijk trof, een fragment waarvan ik later merkte dat het zelfs heel beroemd is.

(Ik kan niet laten het hier te citeren, te meer daar het ook ‘meegenomen’ is in De zoon van Machiavelli – althans, ik herkende de passage bij lezing van de roman duidelijk wanneer Niccolo Machiavelli aan het woord is. In De Heerser gaat die als volgt:

‘En men moet bedenken dat niets moeilijker is om te ondernemen, gevaarlijker om uit te voeren, of onzekerder ten aanzien van de goede afloop, dan leiding te geven aan de invoering van een nieuwe orde; omdat de vernieuwer allen die het goed hebben onder de oude omstandigheden als vijand heeft, en zij die het goed kunnen hebben onder de nieuwe juist zwakke verdedigers zijn. Dit gebrek aan vuur komt deels voort uit angst voor de tegenstrevers, die de wetten aan hun zijde hebben en deels uit ongeloof van mensen, die niet licht in nieuwe dingen geloven alvorens ze er lange tijd ervaring mee hebben’ (citaat uit uitgave Librero))

De zoon

Zo, genoeg over Niccolo Machiavelli want de roman gaat immers over zijn zoon, Bernardo geheten. Die Bernardo is ook een jongen met kwaliteiten. Daarom wordt hij door zijn vader en zijn aanstaande schoonvader Vettori rijp gemaakt voor een carrière binnen de hoogste geledingen van de Florentijnse politiek. Italië bestond in die tijd nog uit stadstaten met autonome regeringen. Steden als Milaan en Florence waren opvallend sterke en welvarende steden die ook voor de vorsten uit de buurlanden als begerenswaardig werden gezien. Het leverde indertijd veel strijd op, waarbij Machiavelli er alles aan deed om Florence een eigen leger te laten hebben.

Bernardo, die echt bestaan heeft en meer op zijn grootvader dan op zijn vader scheen te lijken, is in de roman dus nog een jonge man, verloofd met Eleonora Vettori, een dame gewend aan een luxe leven.
Bij de Machiavelli’s ligt dit wel even anders. Niccolo is verbannen uit de stad. Bernardo en zijn zus Primavera wonen nu op een kleine boerderij buiten de stad.

Bernardo merkt allengs dat zijn hart daar ligt, bij die boerderij en niet bij de burelen van de stedelijke politiek waar hij voor klaargestoomd wordt.
Kan Bernardo zich onttrekken aan de druk van zijn vader, zijn schoonvader èn zijn verloofde om zijn plannen met de boerderij achter zich te laten?

De dochter

En dan is er nog zijn zus, Primavera, voor wie een andere verhaallijn wordt uitgezet. Primavera is diep gelovig en zou het liefst het klooster in gaan. Dit is zeer tegen de wil van haar vader die sowieso weinig met de katholieke kerk en haar geloof te maken wil hebben.

En terwijl we die twee ‘kinderen’ zien worstelen met vaderlijk gezag versus eigen leven, ontwikkelt zich een nieuwe lijn die herinnert aan een klassieke verhaalstructuur: eenvoudige jongen met perspectief is verloofd met rijke dame maar ontmoet dan een heel eenvoudige vrouw die hij niet uit zijn hoofd kan zetten en die hem leert zijn eigen pad te kiezen. Dit beeld ontstaat als ruim na het midden Lucia prominenter naar voren wordt geschoven.

Ik schreef ‘het lijkt erop’, en wat er wel of niet gebeurt laat ik hier onbesproken. Opmerkelijk vind ik wel dat er aan het slot van de roman, die steeds heel rustig voortkabbelt, opeens een paar stevige versnellingen worden aangebracht die ook veel van het voorgaande in een ander daglicht plaatsten. Noem het gerust ontknopingen. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken. Dingen waren niet wat ze leken, mensen hielden elkaar voor de gek, oké, maar is dit wel helemaal geloofwaardig?

De auteur

Boterman schreef een fictieve historische roman. Het verhaal is dus verzonnen; de personen die er in voorkomen niet. Niccolo, Bernardo, Primavera (in het echt Primarana), de Vettori’s, ze hebben allemaal echt geleefd. En wie hen van wat meer van dichterbij wil leren kennen kan terecht bij het boek van Erica Brenner, Als een vos. Machiavelli’s levenslange zoektocht naar vrijheid.

(Catharina Botermans
bron: uitgeverij mozaïek)

Niccolo, de vader en de filosoof, komt over als een gedreven politicus die zichzelf opoffert voor de toekomst van de stad waar hij van houdt, Florence. Hij komt ook over als een heel rationeel man en als een niet zo erg empathisch ingestelde vader voor zijn kinderen; eerder is hij vooral geslepen, sluw.
De zoon mist (in de roman) de passie van zijn vader voor de politiek; zijn passie ligt bij de boerderij, zoals die van zijn zus ligt bij haar geloof.

Al met al is het best een lekker verhaal, niet spannend, een heel rustig verlopend, maar niet hinderlijk, wel lekker eigenlijk.

Het lijkt alsof Botermans zich heeft uitgeleefd in het beschrijven van de kleding van de personages in de Italiaanse benamingen van diverse kledingstukken.

De stijl

Boterman heeft meer stilistisch opvallende dingen. Zo heb ik nog nooit zo vaak verbuigingen van het (werk-)woord ‘snuiven’ in een roman gelezen. Dan gaat het niet om het snuiven van ‘lijntjes’ maar om een manier van uitdrukking geven aan je emotie.
Ook dat iemand ‘neerzijgt’ lees ik zelden.
Archaïsche taal om aan te sluiten bij het tijdsbeeld, de zestiende eeuw? Oké, maar dan ook niet spreken van een ‘kwaliteitsslag’ (pag. 144). Sowieso is het de vraag of men in de zestiende-eeuw zo naar binnen gericht was, zo bezig met de binnenwereld van het eigen ik als in deze roman wordt geschilderd.

In Goodreads gaf ik drie dikke sterren.

Catharina Boterman, De zoon van Machiavelli. Roman. Utrecht: Uitgeverij Mozaïek, 2023, 351 pag.

De zoon van Machiavelli

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *