Vrouwenverdriet

Vrouwenverdriet

Het was wel heel toevallig dat ik twee romans achter elkaar las waarin het verdriet van een vrouw om haar verloren gegane vrucht centraal staat. Twee heel verschillende boeken trouwens.

Hardvochtige omgeving

Het ene speelt in de middeleeuwen (15de eeuw), het andere in de periode kort na de Tweede wereldoorlog. Ook tussen de entourages rond de hoofdpersonen ligt een wereld van verschil: de ene vrouw figureert in de hoogste kringen aan het hof van de hertog van Gelre, de andere is gedurende een belangrijke periode in haar leven juist een outcast. Voor verdriet maakt dit niet uit. In een hardvochtige omgeving is daar weinig begrip voor.

Middeleeuwen

Lydia Rood schreef met De maagd van Rosendael een fictieve maar op reële personen gebaseerde roman over de echtgenote van Reinald IV, de hertog van Gulik en Gelre, de uit het Franse hof afkomstige Marie d’Harcourt. Haar huwelijk met Reinald is vanaf het eerste moment een mislukking.

Omdat politieke continuïteit vooral een kwestie van strategische huwelijken tussen kinderen is, hangt er ook in dit huwelijk veel af van potentiële troonopvolgers, met name jongens. Dat wordt dus geen succes. Reinald vrijt met grote tegenzin met haar, Marie zelf bevriest bij elke ontmoeting.

Relatieproblemen

Hun ‘relatieproblemen’ komen van twee kanten. Marie zelf maakt in de ogen van haar man een superieure, hooghartige en (in mijn woorden) soms ongenaakbare indruk. De hertog zelf heeft voor hij trouwt al wat bastaarden rondlopen, is bepaald niet monogaam en lijkt permanent aan geslachtsziekten te lijden die hij overdraagt op Marie.

Hoewel haar bijnaam als ‘de maagd van’ feitelijk niet klopt, drukt dit wel uit hoe er in haar omgeving naar haar gekeken wordt.

Gekonkel

En als het allemaal nog niet erg genoeg is, bestaat de omgeving waarin dit gebeurt uit niet al te betrouwbare en kinnesinnende hofdames, uit een hofhouding waarin flink geroddeld wordt en uit politieke vriendjes van de hertog die vooral uit zijn op eigenbelang. En dat in een ‘geo-politieke’ situatie die geen moment in rust is. Want, man man, er wordt wat af gevochten.

Het verhaal van Marie wordt verteld door een hofdame, Maria van Arkel (‘Mia’) die haar trouw is maar die uiteindelijk ook voor haar eigen toekomst kiest, nou ja, wat daar in die omgeving voor doorgaat. Helaas loopt die ook voor haar niet goed af.

Isolement

Natuurlijk heeft Marie veel verdriet en zou ze graag anders willen, ook al lukt dat niet. Wat opvalt is dat er in haar situatie zo weinig plaats is voor dat verdriet. En de manier waarop ze het verdriet omzet is aandacht voor de kinderen van hofdame Mia valt niet goed. Zo raakt ze in een steeds groter isolement.

In een isolement raakt ook Elfrieda (Frieda of Ietje) in de roman Schemerleven van Jaap Robben. Nadat de wat eigenzinnige Ietje tijdens een wandeling op de bevroren Waal Otto ontmoet, ontspint zich een relatie tussen die twee.

Otto, fervent liefhebber en kenner van nachtvlinders, is echter al getrouwd. Wanneer Ietje zwanger raakt weigert Otto te scheiden van zijn vrouw en beperkt zijn betrokkenheid zich tot hulp bij wat hij omschrijft als ’het kindje van Ietje’.

Twee voetjes

Afijn, in de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog (daar is het verhaal goed in te situeren) is voor overspel en ongehuwde zwangerschap geen ruimte. Ietje wordt ontslagen, weigert ‘passende oplossingen’ en vertrekt uit het ouderlijk huis. Ze belandt in een vervallen buurt waar ze na acht maanden zwangerschap een dood kindje ter wereld brengt. Haar grote verdriet is dat niemand haar vertelt of het een jongen of een meisje was, ze heeft alleen twee voetjes gezien – een traumatischer ervaring die ze haar hele leven met zich meedraagt, ook als ze later met Louis trouwt en een zoon krijgt, Tobias.

Pas na de dood van haar man vertelt ze haar zoon dat hij niet haar enige kind is. Een beetje tegen haar zin gaan ze toch samen na of Otto nog leeft. Afijn, wat er daarna nog gebeurt laat ik verder onbesproken. Waar het om gaat is dat een verdriet dat lang geleden werd opgelopen, op een later moment in alle heftigheid weer op kan spelen. Het geheugen maakt bijzondere sprongen want kennelijk moest eerst Louis overlijden voor het drama zich weer vertoonde.

Maandverbandreclames

Twee boeken met ‘vrouwenverdriet’, beide ook met veel expliciete aandacht voor de fysieke (of moet ik zeggen: fysiologische) kanten rond een zwangerschap (en conceptie). Lydia Rood waarschuwt dan ook in het ‘Woord vooraf’ dat haar boek ‘geen geschikte leesstof is voor mannen die al niet eens tegen maandverbandreclames kunnen.’ Jaap Robben vertelt in het nawoord hoe intensief hij zich op dit punt heeft voorbereid.

Ziel

Beide boeken las ik met groot plezier dat zeker werd bevorderd door de prachtige stijl waarin ze zijn geschreven. Dat van Jaap Robben springt er dan nog weer boven uit. Zulke mooie zinnen, zulke mooie beelden, zo teder vaak, zo dicht bij de ziel van de personages.

Ik geef een citaat. Als Ietje en Otto elkaar op hoge leeftijd na iets van een halve eeuw weer ontmoeten, schrijft Robben:

‘Hij probeert me te strelen. Over mijn onderarm, schouder, langs mijn wang. Om de tijd terug te aaien misschien, onze huid aan elkaar op te laden.’

Schematisch

Bij De maagd van Rosendael bekroop me wel eens het gevoel dat de tegenstellingen wel heel schematisch zijn neergezet: het mannelijke tegenover het vrouwelijke, het stoere, op het bestiale af van de man, tegenover de kwetsbaarheid van de vrouw die als het er op aankomt, niets heeft in te brengen en gereduceerd wordt tot haar baarmoeder die moet produceren.

Rood laat in haar nawoord zien dat ze zich, net als Robben, goed heeft ingelezen, in dit geval in de middeleeuwen. Ik ga er maar van uit dat zij ernaar gestreefd heeft om zo dicht mogelijk bij de toenmalige realiteit en omgangsvormen te blijven.

In de vrouwelijke omgeving aan het hof gaat het er ook vaak niet oprecht aan toe, gezien het gekonkel, geroddel, het gekat op elkaar door de hofdames.

Het lijkt dat de verbinding tussen die twee werelden alleen mogelijk is door de ‘bemiddelende rol’ van de door beide kanten gedoogde gek.

Lydia Rood, De maagd van Rosendael. Amsterdam: Ambo/Anthos 2023, e-bookversie 323 pag.

Jaap Robben, Schemerleven. Amsterdam: De Geus, 2022, e-bookversie 255 pag.

Vrouwenverdriet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *