Uitleggen: niet doen!

Uitleggen: niet doen!

Al mijn hele leven zit ik op een koor en vertaal ik de liederen die we zingen voor de programmaboekjes. Na mijn pensionering als kantonrechter ben ik me nog meer met poëzie bezig gaan houden. Het vertalen is een soort verslaving aan het worden.’ Een gesprek met Michel Klarenbeek, niet alleen vertaler van gedichten, hij is ook verzamelaar van wereldliteratuur.

Poëzie

Ik vertaalde al zo’n 500 gedichten uit diverse talen (het Frans, Duits, Engels, Italiaans, Latijn, Portugees, Spaans) in het Nederlands. Ze worden gepubliceerd op de internationale site lyricstranslate.com en op mijn eigen site Klaarzin.nl

Ik ben nu bezig met het werk van Rainer Maria Rilke, een wat filosofische dichter met interessante thema’s en noties zoals De Engel die zich beweegt tussen onze werkelijkheid en het rijk van de dood. Rilke gebruikt hele krachtige, rijke beelden die veel uitleg vragen.

Het is niet zo dat ik alleen maar met gedichten in de weer ben, hoor! Ik lees ook graag proza. Als tiener las ik veel science fiction, vooral in het Engels. Daarna een hele tijd door werk en gezin minder, maar nu is er weer tijd voor. 

Proza

Hoewel ik mezelf geen echte verzamelaar zou willen noemen, ben ik wel bewust bezig met het aanleggen van een collectie van boeken uit de wereldliteratuur. Ik verzamel de titels die in de literatuurboeken van een bepaalde taal komen bovendrijven als topwerken; die probeer ik dan te kopen. Vaak lukt dat alleen tweedehands. Ga ik met een lege tas naar de boekenmarkten in Bredevoort en kom met een volle weer terug. Daar zit weinig echt moderne literatuur bij. Later dan Reve en Hermans komt het veelal niet.

Hoewel ik mijn collectie methodisch aanleg, ben ik niet methodisch als het om het lezen van die boeken gaat. Ik pak waar ik op dat moment zin in heb. Ik besteed geen tijd aan een boek dat me niets doet.

André Gide

Aan welke topliteratuur je moet denken? Ik noem gelijk maar De immoralist van André Gide – een bijzonder boek waarin Gide genadeloos is voor zichzelf. Het beschrijft hoe hij zich ontwikkelt als de goede zoon van een geleerde, een fortuin erft, uit plichtsbesef huwt en er uiteindelijk voor kiest landgoedbestuurder te worden. In die functie heeft hij een rare verhoudingen tot allerlei randfiguren. Waarom Gide hem een ‘immoralist’ noemt begrijp ik niet, want dat is hij niet echt; het gaat eerder om een weinig sterke persoonlijkheid. Het boek is goed geschreven met veel mooie zinnen – daar hou ik van.

Nog een andere titel uit het Frans: Jean Giono, Het zingen van de wereld. Vergelijk het met werk van Arthur van Schendel (Zwerver verliefd): krachtige taal en krachtige beelden, poëtisch, niet alles uitleggend maar overlatend aan de fantasie van de lezer.

Musil en Marai

En natuurlijk De man zonder eigenschappen van Robert Musil: wat een ongebreidelde fantasie, wat een woordkunst, humor en ironie! Het lijkt alsof er weinig in gebeurt, maar vergis je niet.

Gloed van Sandor Marai, ook indrukwekkend. Over twee vrienden die terugkijken op een gebeurtenis vroeger die hen beide verteerde.

Ik houd ook van het werk van Herman Hesse, diens De Steppewolf en Narziss en Goldmund.

Er zijn ook boeken die bekend staan als topliteratuur maar me zijn tegengevallen, zoals het werk van Henri Miller, De kreeftskeerkring. Wat een zelfverheerlijking! Alsof je zelf mooier wordt door op een ander te gaan schelden.

Nederlandse literatuur

Wat de Nederlandse literatuur betreft: ik houd van het werk van Frederik van Eeden, van Multatuli, van Simon Vestdijk en van Louis Couperus. Van die laatste vind ik Eline Vere, De stille kracht en Noodlot erg mooi. Van de Nederlandse dichters noem ik Leo Vroman, denk aan zijn gedicht Vrede dat gaat over oorlog.

Filosofie

Nu ik met pensioen ben, lees ik ook graag filosofie: de Ethica van Spinoza en  oudere filosofen als Plato, Aristoteles, en de Stoicijnen. Heidegger ook. Onlangs kocht ik de Nederlandse vertaling van Kants Kritik der reinen Vernunft.

Leesplezier

Wat lezen plezierig maakt is vooral de herkenning die je hebt als lezer en ook de bewondering voor de mannier waarop iets wordt gezegd, bewondering voor de stijl van een auteur. Ik noemde het al, er moet niet teveel uitgelegd worden. Ik merk het ook bij het lezen van vertaalde gedichten: de vertaler legt vaak teveel uit. Niet doen!

Je leert gewoon ook heel veel van lezen, met name van non fictie.

Als ik eenmaal door een boek gegrepen ben kan ik uren door. Iets intrigeert me dan, ik vind het mooi, interessant, … Maar er zijn er ook die ik weggelegd heb. 

Welke boeken ik zou redden als mijn collectie in de brand zou staan? Ik denk Ludovico Ariosto’s De razende Roeland (Orlando furioso), Musil en Graham Greene’s Travels with my aunt.

Uitleggen: niet doen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *